Home PageHerbestemming praatpaal

Herbestemming Praatpaal

Bijna 60 jaar lang was het de reddingsboei voor automobilisten met pech. De praatpaal. Maar door de komst van de mobiele telefoon is hij overbodig geworden. Vanaf morgen zijn ze buiten werking en begint het weghalen van de 3.500 palen.

Rijkswaterstaat heeft Ecoleon opdracht gegeven de palen te verwijderen, maar wat doe je met deze palen en de communicatieapparatuur die er in zit? Een klein deel wordt geschonken aan musea en 500 exemplaren gaan in de particuliere verkoop. Voor de resterende palen wordt een nieuwe bestemming gezocht. Voor het maken van een herbestemmingsplan heeft Ecoleon de samenwerking gezocht met VerdraaidGoed. VerdraaidGoed is een upcycle bedrijf dat zich bezig houdt met het bedenken van nieuwe toepassingen voor reststromen. Zo ontwikkelde zij voor de NS al een complete productlijn gemaakt van oude treintijdborden van de stations en maakte zij nieuwe lampen van oude postbuskasten van PostNL.

Lisanne Addink-Dölle van VerdraaidGoed: “Wij vinden het mooi als we dit stukje Nederlandse geschiedenis kunnen behouden, maar dan in een ander jasje. Tijdens de eerste creatieve sessies hebben we ideeën bedacht in vijf verschillende categorieën. Zo zijn er ideeën geschetst om er laadpalen van te maken voor elektrische auto’s en fietsen. Ook als pratend informatiepunt in musea, langs stadswandelingen of bij bijzondere gebouwen zou hij het goed doen. Het mooiste idee vind ik zelf om er openbare watertappunten van te maken. Voor eerste hulp bij dorst.”

Zaterdag worden in één dag tijd alle praatpalen van een hoes voorzien. Deze hoezen zijn ook gemaakt door VerdraaidGoed. Ze zijn gemaakt van oude etalagedoeken die zo ook nog een tweede leven krijgen. De doeken worden binnenstebuiten gebruikt zodat de witte kant zichtbaar wordt. Daar is vervolgens de opdruk ‘buiten werking’ opgezet. Lisanne: “We naaien deze hoezen met Talentfabriek010, zodat we op deze manier kansarme vrouwen werk bieden. VerdraaidGoed houdt zo structureel twintig mensen aan het werk. Daar zijn we trots op.”